Vasten: nut of straf?



Het nut van vasten, wat is dat eigenlijk?

Voor wolf- en wilde hondachtige roofdieren is vasten een alledaagse bezigheid. Het is afhankelijk van de samenstelling van de roedel en de pakkans binnen hun leefgebied, hoe lang en in welke frequentie er gevast wordt. Solitaire of in kleine groepen levende wolven en wilde hondachtigen zullen hun jachtmogelijkheden goed benutten, omdat het vrijwel altijd kleine prooien zullen zijn zoals konijnen, hazen, muizen, wilde katachtigen, ratten, egels, watervogels, hagedissen en zelfs zalm. De 'volvreettheorie' van Mogens Eliasen zal dan waarschijnlijk niet altijd opgaan voor deze groep solitair levenden.

Een groot roedel daarentegen heeft vaak betere jachtmogelijkheden, omdat de groep uit meerdere jagers zal bestaan en in een leefgebied leeft waar veel grotere hoefdieren zoals bv. bizons, herten, kariboes en elanden beschikbaar zijn. Zij trekken als het ware met de grote prooidierkuddes mee en maken dat tot hun leefomgeving. Troepen wolven hebben meestal vaste leefomgevingen langs trekroutes van grote zoogdieren. Wolven eten naast prooidieren ook eieren, insecten, bessen en andere vruchten, kruidenplanten, grassen, takjes, schorsen en mossen, maar niet te vaak.

Zelfs al kunnen wolven goed samenwerken, dan nog is het moeilijk om die prooi te vangen. Gezonde herten kunnen makkelijk aan wolven ontkomen en grote dieren zoals elanden en bizons staan vaak hun mannetje, net zolang totdat de wolven het opgeven. Een aantal onderzoeken heeft aangetoond dat een gemiddelde van 84 tot 87 van elke 100 herten weet te ontsnappen aan een wolvenjacht. De herten die wel gevangen werden, waren meestal oud, ziek of zeer jong. Dus geen gezonde dieren in de bloei van hun leven.

Sommige documentaires geven een beeld dat wolven al grommend of snauwend met opgetrokken lippen hun prooi bejagen, maar dat doen ze helemaal niet. Grommen en snauwen zijn een vorm van sociale agressie - uitingen van een voornemen om te vechten, die door wolven onderling worden gebruikt. Wolven grommen of snauwen niet naar hun prooi. Dat is te vergelijken met een persoon die kwaad wordt op het ijsje wat hij of zij van plan was te eten! Wolven zijn tijdens de jacht erg opgewonden en blij, op het 'vriendelijke' af. Ze hebben kwispelende staarten, opstaande oortjes en ze zijn stil. In opperste concentratie staren ze naar hun prooi.

Nadat wolven hun prooi gevangen en gedood hebben, zijn ze in staat om maximaal 20 procent van hun lichaamsgewicht te eten. Dat is zo ongeveer 80 quarterpounds hamburgers in één keer! Wolven krijgen in het wild niet vaak de kans om elke dag te eten en moeten zich volproppen wanneer ze daar de kans voor krijgen.

In feite is de eerste die eet de meest hongerige wolf en dat is niet afhankelijk van een bepaalde dominante status. Zelfs een dier dat lager in rang staat, mag zijn aandeel van de prooi verdedigen totdat hij klaar is met eten en de meest gulzigste krijgt meestal ook zijn aandeel van de prooi te pakken. Weinig kans maken jonge nog niet drachtige of geslachtsrijpe wolvinnen en jonge niet dominante mannetjes, die in de roedel nog zeer laag in rang staan en leven van de restanten die de roedel overlaat.
Vroeger werd vaak gesproken over Alpha's, de dominantste wolven binnen een wolvenroedel die de sociale rangorde binnen een wolvenroedel bepalen, Beta's en Omega's. Inmiddels zijn deze termen en indirect de dominantietheorie die ook van toepassing was op in het wild levende wolvenfamilies ontkracht door de wolvenexpert
L. David Mech. Hij concludeert dat er binnen een familie in het wild levende wolven geen competitie in de rangorde is. De ouders hebben de leiding, gevolgd door broers en zussen die elkaar opvolgen in mate van dominantie en daaronder staan de pups van het betreffende jaar. Het is een geheel natuurlijk bepaalde rangorde, waarbinnen de regels en manier van communiceren duidelijk zijn. Vandaar dat L. David Mech liever spreekt over 'breeding pair' in plaats van Alpha's of heel simpel de 'ouders'.

Dat wil dus niet zeggen dat de dominantietheorie niet bestaat. In kunstmatig gevormde roedels is het leven en overleven door middel van competitie en conflicten de meest normale manier om het hoofd boven water te houden.

Dominance Hierarchy
- A linear "chain of command" concept describing rank within a wolf pack established through competition and conflict. According to this model, the strongest male and female are the "alphas," and the second in rank are the "betas." The "omega" wolf is the lowest ranking wolf, often having to beg food and always losing fights. While this status hierarchy may exist in captive packs comprised of unrelated individuals, natural wolf packs usually consist of parents and their offspring of various years. In a free-ranging wolf family, each wolf seems to know its standing and communicates it to the others. The parents are in charge, with the older siblings next in order of dominance followed by the pups of the current year.
Bron: http://www.wolf.org/wolves/learn/basic/glossary.asp
                                                                                            
                           


Wolvenpups worden na de geboorte door de moeder gezoogd. De volwassenen voeren via regurgitatie (het opbraken van voorverteerd voedsel) de pups bij die te oud zijn om te worden gezoogd, maar te jong om zelf te jagen. De pups bedelen om voedsel door de volwassenen te volgen, te janken en opdringerig te likken aan de bekken van de volwassenen. Zo worden de volwassen wolven gestimuleerd om het voedsel vanuit de maag op te braken. De pups eten dan van het geregurgiteerde voedsel. Aangezien wolven geen handen hebben, is de maag een makkelijke manier om het voedsel naar de pups toe te brengen. Doordat het voedsel dan ook al voorgekauwd is en deels verteerd, is het mooi zacht voor de jonge pups om te eten. Zowel mannelijke wolven als wolvinnen en zelfs wolven die niet de ouders van de pups zijn, regurgiteren het voedsel voor de pups. In deze natuurlijke omstandigheid is vasten niet ongewoon en kan soms dagen duren, zeker in de winter. 

Hieronder tref je een onderzoek aan over de interactie tussen wolven en hoefdieren in de ongerepte loof- en gemengde bossen van Bialowieza National Park in Polen. Twee strenge en twee milde winters zijn in deze studie meegenomen en geven een beeld van wolven en beschikbare prooi in dit nationale park.

Wlodzimierz Jędrzejewski1, Bogumila Jędrzejewska1, 2, Henryk Okarma1 and Andrzej L. Ruprecht1, 3

(1)  Mammal Research Institute, Polish Academy of Sciences, 17-230 Bialowieza, Poland
(2)  Present address: Workshop for Ecology and Protection of the Natural Environment, P.O. Box 23, 17-230 Bialowieza, Poland
(3)  Present address: Polna 12A m 27, 87-720 Ciechocinek, Poland

Received: 13 August 1991  Accepted: 11 November 1991  

Summary  

Wolf-ungulate interactions were studied in the pristine deciduous and mixed forests of the Bialowieza National Park in 1985–1989. The study period included two severe and two mild winters. 

The community of ungulates inhabiting Bialowieza National Park consisted of red deer Cervus elaphus, 55% of all ungulates; wild boar Sus scrofa, 42%; and roe deer Capreolus capreolus, moose Alces alces, and European bison Bison bonasus, about 1% each. 

The average size of red deer groups increased from 2.7 (SD 2.35) in spring and summer to 6.9 (SD 6.84) in autumn and winter. In winter the group size of red deer was positively correlated with the depth of snow cover and negatively correlated with the mean daily temperature. 

Average group size of wild boar did not change significantly between seasons; it was 6.8 (SD 5.16) in spring and summer and 5.7 (SD 4.67) in autumn and winter. Analysis of 144 wolf scats showed that wolves preyed selectively on red deer. 

In October–April, Cervidae (mostly red deer) constituted 91% of biomass consumed by wolves, while wild boar made up only 8%. In May–September deer formed 77% of prey biomass, and the share of wild boar increased to 22%. 

In all seasons of the year wolves selected juveniles from deer and boar populations: 61% of red deer and 94% of wild boar of determined age recovered from wolves' scats were young <1 year old. 

Analysis of 117 carcasses of ungulates found in Bialowieza National Park showed that predation was the predominant mortality factor for red deer (40 killed, 10 dead from causes other than predation) and roe deer (4 killed, none dead). Wild boar suffered most from severe winter conditions (8 killed, 56 dead). The percentage of ungulates that had died from undernutrition and starvation in the total mortality was proportional to the severity of winter.
Bron: http://www.springerlink.com/content/hx85g78316753255/

Hoe zit dat met vasten van onze gedomesticeerde hond?

Onze huishond is een carnivoor en geen wolf, maar heeft absoluut nog bepaalde kenmerken van zijn verre voorouders. Dat zijn onder andere het schaargebit en het korte darmstelsel. Het is dan ook belangrijk om een dergelijke voeding te verstrekken die aansluit bij zijn carnivoor zijn.

In tegenstelling tot de omega wolf worden onze honden binnen het Natural Raw Feeding als alpha honden gevoerd. Bijna geen één dag gaat voorbij zonder 'compleet' middels 'kleine prooien' of gesimuleerde prooien gevoerd te worden. Onze honden krijgen binnen hun menu over één of twee weken zelfs meer binnen dan een gemiddelde wilde wolf. Alleen hierdoor al zien wij het nut in van vasten. Ga er niet vanuit dat ze in die zin overvoerd worden. Ze hebben nogal het nodige te verduren door invloeden van buitenaf die het immuunsysteen enorm belasten, zoals vaccinaties, chemische ontworming, zware medicatie etc. Dan is zo optimaal mogelijk voeren bijna weer een 'must'.


Korte achtergrond van de rollenverdeling van organen

Vasten heeft als functie gifstoffen uit het lichaam kwijt te raken via organen zoals o.a. de nieren, lever, gal, darmen, lymfesysteem en longen. De organen hebben veel te verduren en raken verstopt als ze voornamelijk belast worden met bewerkte complexe koolhydraten, te vette voeding, teveel chemische anti-oxidanten en kleur-, geur- en smaakstoffen, medicatie, vaccinaties etc. Deze vormen van vervuiling komen beslist niet ten goede aan het optimaal functioneren van het spijsverteringsstelsel en hebben invloed op het totale functioneren van het grootste uitscheidingsorgaan dat een hond bezit, de huid.
De huid beschermt tegen ziekten, warmte, kou en uitdroging en bevat tast- en warmtezintuigen. Vervuiling uit het lichaam wordt uitgescheiden in de vorm van zweet en talg.

Honden bezitten twee soorten zweetklieren.
Apocriene zweetklieren: deze klieren liggen dicht in de buurt van een haar en de afvoergang van die klier komt uit in de schacht waarin de haar zit. Apocriene zweetklieren komen op alle delen van het lichaam van de hond voor, behalve op de  neusspiegel en hebben geen zweetfunctie zoals bij de mens. Het 'zweet' dat zij doorlopend produceren is een eiwitachtige vloeistof  en hecht zich op de huid met huidtalg. Hierdoor ontstaat een beschermingslaag om de hond te beschermen tegen invloeden van buitenaf. 

De tweede soort zweetklier is in groepen gevormd en zitten bij honden (en katten) onder de voetzolen. De belangrijkste functie van deze zweetkliergroep is voetzoolbevochtiging. In de volksmond wordt dat zweten via de voetzooltjes genoemd. Om overtollige warmte kwijt te raken, doet een hond dat door te hijgen en het zweten via voetzooltjes.

Met name het eerste deel over de functie van de apocriene zweetklieren speelt een rol bij het goed functioneren van de organen en de huid. Als een carnivoor door ongezonde voeding of andere externe factoren wordt vervuild, dan raken de organen overbelast. Het darmstelsel is verantwoordelijk voor de opbouw van het immuunsysteem. De huid staat indirect in verbinding met het darmstelsel en de lever.
Als er een inwendige verstoring van de spijsverteringsorganen is opgetreden, treedt er vaak een desfunctie van de apocriene zweetklieren op, waardoor huidproblemen als symptoomuiting kunnen ontstaan. Bij een verhoogde toxische belasting van de lever zie je naast andere klachten ook vaak exceem eventueel gecombineerd met jeuk.

Via de poortader ontvangt de lever bloed uit de bloedvaten van het darmstelsel en de milt. De lever is nauw betrokken bij de verwerking van voedingsstoffen. De lever slaat glucose uit het bloed op in de vorm van glycogeen (reservestof), spieren doen hetzelfde. Ook is de lever in staat om schadelijke stoffen in het bloed af te breken. De levercellen produceren gal dat in de galblaas die net achter de lever ligt kan worden opgeslagen, maar het kan ook rechtstreeks worden afgevoerd naar de twaalfvingerige darm. De gifstoffen van de lever worden afgevoerd via de gal. Gal is nodig voor de vertering van vetten. 

Hoe begin je met vasten?

Vasten in het zelf samenstellen houdt in dat voorafgaande aan een vastendag minstens een dubbele hoeveelheid licht verteerbare voeding wordt verstrekt. De nacht en dag na de maaltijd krijgt het spijsverteringsstelsel de gelegenheid om de voeding te verteren. Gemiddeld 24 uur na de maaltijd zijn de organen klaar om hun ballast af te kunnen voeren. Vanaf de avond en nacht op de vastendag zelf en de ochtend van de dag na de vastendag is het lichaam in staat om het natuurlijk reinigingsproces in werking te stellen. Op de vastendag zelf kun je dit reinigingsproces stimuleren door licht ontgiftende en immuunversterkende voeding te geven zoals honingwater, honing met kefir of biologische geitenkarnemelk/-yoghurt of brandnetelthee met honing. Na de vastendag kun je vanaf de late ochtend of middag de normale maaltijd verstrekken.

Alleen gezonde volwassen honden mogen vasten!

Er is een grens aan wat verantwoord is en wat niet bij het laten vasten van honden.
Begin tijdens de omschakeling van brok/kvv naar Natural Raw Feeding eerst twee maaltijden te voeren. Daarna kun je naar één maaltijd per dag gaan en in de ochtend alleen vloeibare voeding zoals hierboven omschreven geven. Dit met als doel om galbraken te voorkomen. Jouw hond verwacht normaal gesproken op vaste tijdstippen voeding en is hierop ingesteld. De maag is op dat moment al begonnen met het aanmaken van maagsappen, maar krijgt niets terwijl de maag het wel verwacht. Als dan niets gegeven wordt, kan de hond galbraken. Het galbraken heeft dus niets te maken met het feit dat de hond 'honger' heeft, maar dat komt door de productie van maagsappen, waarna geen voeding volgt om die productie te stoppen.

Rauwe koudgeslagen honing heeft een antiseptische werking op de maag en neutraliseert een overvloed aan maagsap. Is de hond aan vloeibare voeding in de ochtend gewend, dan schuif je dit steeds verder op naar de late ochtend of middag. Als dat goed gaat, kun je één maal daags op verschillende tijden voeren en pas als dit zonder problemen verloopt, zou je een vastendag in kunnen lassen. Eventueel gevolgd door een tweede vastendag of eventueel om de dag voeren. Maar neem er de tijd voor, laat je hond verantwoord wennen. Maagtraining is in deze erg belangrijk!

Alleen gezonde honden mogen vasten; bijvoorbeeld honden met epilepsie, schildklierafwijkingen, ziekte van Cushing en Addison, hartproblemen en suikerziekte mogen absoluut niet vasten. De medicatie voor deze categorie honden luistert zo nauw aan de bloedwaardes, dat zij echt op regelmatige tijden voeding verstrekt moeten krijgen. 

Pups tot een maand of 10-11 en gezonde senior honden hoeven niet te vasten. Als zij meerdere malen per dag gevoerd worden, dan is het aan te raden om af en toe een maaltijd in de ochtend over te slaan.

Honden die voornamelijk brokvoeding en/of KVV eten, wordt afgeraden om te vasten.
Het risico op maagtorsie door een volledig nuchtere maag en een ongetrainde maagspier is
te groot.


Is vasten echt nodig?

Hierover zijn de meningen verdeeld. Er is veel tegenstrijdigheid over de volvreettheorie van Mogens Eliasen en het om de dag voeren. Toch doen veel honden het er ogenschijnlijk goed op.  Daarnaast stelt Juliette de Baïracli Levy dat elke goed doorvoede huishond echt baat heeft bij natuurlijke rauwe voeding en één vastendag in de week en zou je meer naar je hond moeten luisteren als die aangeeft vrijwillig een maaltijd niet te willen eten. In haar boeken beschrijft zij ook duidelijk het nut van vasten tijdens ziekte. Volgens Pat McKay begint het naar buiten werken van gifstoffen in met name de lever al, als je hond pas laat op de dag een voeding verstrekt krijgt. De keuze en de manier van vasten laten wij aan jezelf over.

Soms zijn de organen van honden zo vervuild dat vasten als 'natuurlijke ontgifting' niet voldoende is.
Gifstoffen kunnen weer opnieuw door het lichaam worden opgenomen als bijvoorbeeld de lever, darmen en galblaas verstopt zijn. Dit heeft gevolgen voor elke cel en weefsel in het lichaam. Volgens bepaalde natuurlijke geneeswijzen is dan een diepere drainage nodig om met name het lymfe- en zenuwstelsel, hart- en bloedvaten, longen en lichaamsholten schoon te krijgen met toepassingen die daarvoor geschikt zijn: Westerse of Chinese kruidengeneeskunde of Klassieke homeopathie, al dan niet gecombineerd met acupunctuur, onder deskundige begeleiding. Dit is niet binnen een dag gepiept, maar daar kunnen wekenlange kuren voor nodig zijn.

Als een dier of mens verstoten blijft van datgene wat hem vervuilt, zal het profijt van een vastendag dan ook echt duidelijk worden.

Op ons forum vind je meer informatie en achtergrond over de voor- en nadelen van
Vasten en Ontgiften
.


Bron & Copyright: www.rauwevoedingvoorhonden.nl


Terug naar RVVH

© www.rauwevoedingvoorhonden.nl 2008-2012 All Rights Reserved